Introductie hond bij kat

Je hebt een kat en krijgt er een hond bij.

Als je al een kat hebt en je wilt er een hond bij, wat doe je dan? Zet de dieren in elk geval niet zomaar bij elkaar. Dit gaat veel te snel: de kans op een goed verlopen introductie is dan klein.

Rustig opbouwen
Om te voorkomen dat de hond op de kat afvliegt en/of de kat angstig naar boven rent, ga je de introductie rustig opbouwen. De volgende punten kunnen hierbij helpen:

Zet je kat in eerste instantie op een aparte kamer. Doe dit al regelmatig in de week voorafgaande aan de komst van de nieuwe hond/pup, zodat de kat hieraan kan wennen. Dit zorgt ervoor dat als de hond komt, je de mogelijkheid hebt de kat even weg te zetten zonder dat dit stress geeft. De kat is immers al aan die ruimte gewend. Mogelijk heb je al een aparte kamer waar de katten graag komen: dan is deze plaats zeer geschikt. Er moeten uiteraard wel water, voer en minimaal twee kattenbakken op deze kamer te staan.

Als de hond komt, ruikt deze de geuren van jouw kat. Hierdoor weet hij dat er een kat is. Laat de kat echter nog niet aan de hond zien. Geuren uitwisselen is voor dieren erg belangrijk. Je kunt hiervan gebruik maken door een handdoek met de geur van het ene dier achter te laten in de ruimte van het andere dier, en visa versa. Zo wennen ze alvast aan elkaars geur. Dit kun je ook al doen voordat de hond in huis komt: je wrijft dan met een handdoek over de kat en laat deze achter bij de fokker of vorige eigenaar van de hond. Wrijf ook de hond in met een handdoek en laat deze thuis al aan je kat ruiken.

Als de hond gewend is aan de luchtjes en zijn nieuwe omgeving en je kat ontspannen is, mag de kat in een bench of een reismand. Je lijnt de hond voor de zekerheid aan om te voorkomen dat hij tegen de kat uitvalt of opspringt. Zo kan de hond aan de kattenmand snuffelen en de kat aan de hond wennen, zonder dat er iets kan gebeuren. Zet de kattenmand hoog, bijvoorbeeld op de eettafel. Beloon de hond als hij zich netjes gedraagt. Zo koppelt hij de beloning aan het zien van de kat, zodat de kat een positieve betekenis krijgt.

Is de kat ontspannen in de bench in aanwezigheid van de hond? Houd de hond dan aangelijnd en neem de kat op de arm. Laat de hond naar je toekomen (terwijl iemand anders de lijn vasthoudt) en laat de hond rustig snuffelen. Niet iedere kat vindt het overigens leuk om op de arm genomen te worden. Is dat bij jouw kat het geval, laat het dier de situatie dan verkennen vanaf een hoogte (eettafel). Katten zitten graag hoog omdat ze dan alles goed kunnen overzien.

Vergeet niet de hond te blijven belonen voor goed gedrag. Indien hij de kat te wild probeert te naderen, neem dan direct afstand van de kat tot de hond weer onder controle is. En dan beloon je de hond weer voor goed en ontspannen gedrag. Dit herhaal je enkele keren; als dit goed blijft gaan, mag de hond los. Als dit ook goed gaat, mag de kat loslopen door het huis. Maar zorg er wel voor dat de kat zijn eigen plekje heeft (liefst hoog, waar de hond niet bij kan), zodat hij zich af en toe kan terugtrekken. Blijf in deze wenperiode echter steeds in de buurt.

Probeer na de eerste wenperiode de dieren zoveel mogelijk tegelijk in dezelfde ruimte eten te geven, de kat weer het liefst op een verhoging zoals een tafel. Dit maakt dat de dieren elkaar graag gaan zien, omdat het gekoppeld is aan eten.

Zorg – ook als je weg bent en de dieren in een ruimte samen kunnen zijn – dat er altijd een vluchtroute is voor de kat. Katten mijden het liefst confrontaties en zullen liever vluchten dan aanvallen. Als ze niet kunnen vluchten, zullen ze echter niet schromen de aanval te kiezen.

Dieren (zeker jonge dieren) hebben hun rust en slaap hard nodig. Oefen daarom niet te lang; liever een paar keer per dag kort, dan eenmaal lang. En zet de hond en de kat tijdig weer uit elkaar. Het is moeilijk om een indicatie te geven van het tijdsbestek dat nodig zal zijn om beide dieren aan elkaar te wennen. Het hangt erg van de individuele dieren af. Observeren van de dieren is dus belangrijk en de tijd nemen ook. Sommige dieren zijn binnen een dag maatjes; andere hebben hier weken tot soms maanden voor nodig. Gemiddeld zijn de meeste introducties binnen twee weken succesvol afgerond. Mocht het echter na veertien dagen nog niet gelukt zijn, vraag dan ondersteuning van een gedragstherapeut.

    Dierenstee
    ×
    Menu